# De taakstatussen van een project inrichten

Kies kolommen, volgorde en het type dat de afgeronde voortgang bepaalt.

Projecttaken hebben statussen die bij dat project horen. De zichtbare naam en de betekenis van een status zijn afzonderlijke instellingen. Een kolom “Opgeleverd” telt pas als afgerond wanneer het type ook Afgerond is.

## Statussen beheren

1. Open het project en ga naar de taken.
2. Open **Weergave en instellingen** en kies **Statussen beheren**.
3. Voeg een herkenbare status toe of pas de naam van een bestaande status aan.
4. Kies het type: open, in uitvoering of afgerond.
5. Pas kleur en volgorde aan waar nodig.
6. Controleer de bevestiging van iedere wijziging en bekijk het bord opnieuw.

Een project kan meerdere statussen met het type Afgerond hebben, bijvoorbeeld “Klaar” en “Gecontroleerd”. De voortgang telt de onderliggende betekenis, niet alleen de kolomnaam of kleur.

## Een status verwijderen

Lees de bevestiging: daarin staat naar welke overblijvende status de taken verplaatst worden. Verwijder geen kolom zonder dat die bestemming past bij het werk. Er moet minstens één status overblijven.

Controleer na verwijderen een paar taken in de bestemmingskolom. Een taak uit een afgeronde kolom naar een open status verplaatsen kan de getoonde voortgang veranderen.

## Projectstatus en taakstatus

Een project zelf kan bijvoorbeeld actief of gepauzeerd zijn. Dat is een andere eigenschap dan de status van een individuele taak. Alle taken afronden is niet automatisch hetzelfde als het project afsluiten.

Ontbreekt de beheerknop, controleer je rechten. De projectkolommen beheer je vanuit het project; het algemene Werk-overzicht biedt een verwijzing naar die instellingen als je op één project filtert. Lees [Project afronden](/handleidingen/werk/project-afronden/).
