# Mappen, koppelingen en bestandszichtbaarheid

Orden je bibliotheek en controleer waar een bestand voor de klant zichtbaar is.

De bestandsbibliotheek brengt bestanden, hun mappen en hun werkcontext bij elkaar. Een bestand kan bij een klant, project of deliverable horen. Een map ordent bestanden; de koppelingen geven aan bij welk werk ze horen.

## Ordenen vanuit de bibliotheek

1. Open **Bestanden** en zoek het bedoelde bestand.
2. Bekijk de details en controleer **Hoort bij / Belongs to**.
3. Gebruik **Toevoegen aan…** om het aan de juiste werkcontext te koppelen.
4. Gebruik **Verplaatsen naar map** voor de fysieke mapindeling.
5. Controleer naam, tags en zichtbaarheid voordat je afsluit.

Gebruik favorieten voor bestanden die je vaak nodig hebt. Controleer bij meerdere geselecteerde bestanden welke acties op de hele selectie worden toegepast. Zoek na een verplaatsing in de nieuwe map of vanuit de gekoppelde klant.

## Intern, klant of automatisch

**Intern** houdt het bestand intern. **Gedeeld met klant** stelt het beschikbaar binnen de geldende klanttoegang. **Automatisch** volgt de betreffende overerving, zoals deliverable en map; workspace-instellingen bepalen daarbij de standaard.

Lees de uitleg in het detailpaneel over waarom een bestand gedeeld is. Een automatische instelling kan door de bovenliggende context toch klantzichtbaar zijn. Reviewbestanden volgen de publicatie van een versie vanuit de deliverable.

## Verwijderen en ontbrekende bestanden

Verplaatsen naar de prullenbak is een aparte actie. Controleer de selectie en bestaande koppelingen voordat je verwijdert. Zoek bij een verdwenen bestand ook met gewiste filters en in de prullenbak.

Lees [Bestanden gebruiken](/handleidingen/werk/bestanden/), [versies en opmerkingen](/handleidingen/werk/bestandsversies/) en [Opslaginstellingen](/handleidingen/beheer/bestanden-en-opslag/) voor de vervolgstappen.
